De Kolonistenkwestie

Recent passeerde er op Facebook een post over Theo Francken die zich weer ergens boos om maakte. Zoals dat gaat in tijden van essays, neurotisch woorden-tellen en uitstelgedrag, liet ik mij verleiden om het bijhorende artikel ook daadwerkelijk te lezen. Het bleek dat de reden tot woede te maken had met het gekende gezelschapsspel Kolonisten van Catan. Ondanks de vlot over de tong rollende alliteratie, besloot de fabrikant van het spel recent om de naam te wijzigen naar simpelweg Catan, kwestie van het geladen woord ‘kolonisten’ te vermijden. Misschien geen zet die onmiddellijk effect zal hebben, maar een mooi statement in 2018, leek mij. Voor Theo Francken was het nieuws echter aanleiding tot de volgende Facebook-post:

“Ik ben helemaal klaar met die politiek-correcte waanzin. Welke zinnige mens stoort zich hier nu aan? Het lijkt wel of Ć”lles kapot moet. Het is allemaal onze schuld en het enige wat wij – blanke Europeanen – nog mogen voelen is schuld en schaamte.
En al die bedrijven die in die politiek-correcte Europese zelfhaat meegaan, daar moet ik ook al niks meer van hebben. Toon eens wat ruggengraat! šŸ‘ŽšŸ‘ŽšŸ‘Ž

Deel als je het eens bent. Protesteer zo mee en toon dat het overgrote deel van de bevolking het helemaal gehad heeft met deze politiek-correcte waanzin.”

Het is inderdaad niet altijd makkelijk om een blanke Europeaan te zijn vandaag de dag. Ondanks het feit dat we het koloniale verleden reeds lang achter ons hebben gelaten, lijkt het ons, de onschuldige generatie, te achtervolgen. Beste meneer Francken, ik weet hoe dat voelt, geloof mij. In een internationale academische omgeving, aan een universiteit waar diversiteit de norm is en de nadruk ligt op postkoloniale en interculturele studies, wordt men af en toe al eens met zijn blanke zelve geconfronteerd. En ja, soms ben ik gefrustreerd omdat ik zelfs met alle openheid van geest over sommige onderwerpen niet kan meepraten simpelweg omdat ik blank ben, met alle wil van de wereld niet kan begrijpen hoe het voelt om kind van een voormalig gekoloniseerd land te zijn en inderdaad de ‘schuld’ meedraag van een verleden dat niet het mijne is. Maar om daar de term zelfhaat op te plakken? Goh. Dat lijkt me een overdrijving van het zevende knoopsgat.

Op uw vraag “welke zinnige mensen zich hier nu aan kunnen storen” kan ik u dan ook makkelijk een antwoord geven: ongeveer iedereen die niet uit een witte en zeer geprivilegieerde achtergrond komt, zoals jawel, u en ik. U moet begrijpen dat wat voor ons een, laat ons eerlijk zijn, minder, kantje van onze geschiedenis is, voor vele mensen nog steeds tot de alledaagse realiteit behoort. Of het nu gaat om voormalig koloniale structuren die bijdragen aan burgeroorlog in een land zoals bijvoorbeeld Nigeria (Chimamanda Ngozi Adichie’s boek “Half of a Yellow Sun” is hieromtrent een prachtige aanrader) of het tot op vandaag de dag gekoloniseerde Palestina, het kolonialisme ligt, anders dan wij soms aannemen, nog niet helemaal in het verleden.

En ik hoor u denken: “Wat kan ik daar nu aan doen? Ik heb toch zeker geen nederzettingen gebouwd in Congo of Palestina?”Ā  Voor deze vragen u weer opjagen, zou ik u erop willen wijzen dat ik noch iemand anders u persoonlijk verantwoordelijk houdt voor deze tragische gebeurtenissen. Het feit dat u over schuld en zelfhaat praat heeft meer te maken met uw eigen blanke twijfels dan met iets anders. En eens te meer lijken we meer op elkaar dan verwacht. Immers, ik heb me die vragen ook gesteld: wat kunnen wij eraan doen dat we in een liefdevol blank nest geboren werden, in onze jeugd gespaard bleven van vooroordelen en racisme en toevallig verre afstammelingen zijn van kolonisten? Niets. Absoluut niets. Maar het is tijd om onze ogen te openen en verder dan ons Europese eiland te kijken. Dus waarom niet gewoon Ć©Ć©n woordje schrappen, het spel met genoegen blijven spelen en bijdragen aan een werkelijk postkoloniale wereld?

Het is toch maar een spel zegt u? Is dat nu de moeite om over te mierenneuken? Wel. Laat mij u introduceren tot het begrip “normaliseren”. Hoe vaak hoor je een 11-jarige dezer dagen het woord “homo” als scheldwoord gebruiken omdat “iedereen dat doet op de speelplaats” zonder te weten wat het precies betekent of wie het kwetst? Precies. Het gebruik van het woord in de context van een spelletje, ongeacht onze vermeende breuk met het verleden, houdt dat precieze verleden in stand. Onbewuste denkpatronen zijn grotere boosdoeners dan u denkt, meneer Francken, ze zijn bijgod de reden dat ik mij in zekere zin nog steeds verwacht aan een wit paard met de ideale man erop dat op zekere dag voor mijn deur zal verschijnen. Benieuwd of, als u tot hier gelezen heeft, mijn prinsendromen voortaan voor uw geestesoog zullen verschijnen wanneer u besluit om nog eens een online tirade tegen politieke correctheid af te steken.

 

Advertenties

Ik ben de weg een beetje kwijt…blijkbaar.

Vandaag werd ik plotseling bevangen door een existentiĆ«le vraag, zoals dat wel eens vaker gaat op een (uitzonderlijk!) zonnige dag in Londen. Ze luidt als volgt: “Zie ik er dan werkelijk permanent verloren uit?” Misschien overvalt deze vraag jullie. Misschien denken jullie: gaat dit niet wat ver? stelt ze het daar nog wel goed in Londen? worden de gevolgen van de Brexit en het eilandleven haar te veel? Laat mij dus even wat achtergrondinfo verschaffen, voor jullie overhaaste conclusies trekken over mijn vermogen om alleen in een grote stad te wonen. Vandaag werd ik benaderd door twee zeer enthousiaste dames, die mij wilden uitnodigen voor een panelgesprek over de Bijbel. Dit op zich is niet zo’n uitzonderlijk gegeven wanneer men in de buurt van SOAS vertoeft, waar de Christian, Muslim, dragqueen en Korean music societies vredelievend samenleven en vol vuur de blijde boodschap der religie, marxisme, of protest in het algemeen verkondigen. Bovendien heb ik niets tegen de Bijbel, of vriendelijke mensen die mij zomaar aanspreken op straat. Alleen bracht het incident mij een eerder voorval in gedachten waarbij ik er in een overvolle winkelstraat in slaagde om met mijn fiets aan de hand een pand ingeleid te worden om daar een film te aanschouwen over het boek dat mijn leven zou gaan veranderen: “Dianetics”. Inclusief uitbarstende vulkaan op de cover. Men zou denken dat een fiets aan je hand een reddende factor kan zijn wanneer mensen met flyers je ergens binnen proberen lokken. Echter, mijn verwarring over de vraag ‘Heeft u er al van gehoord?’ nog voor ik ook maar een blik op de flyer in kwestie had kunnen werpen, en mijn nog grotere verwarring toen ik aldaar de cryptische naam ‘Dianetics’ zag staan, moeten mij parten gespeeld hebben. De fiets was geen probleem zo werd ik verzekerd: u kunt hem zo gewoon binnenrijden. Hop. Zit u hier maar even neer op deze zetel voor deze tv onder het wakende oog van deze verdacht vriendelijke jongeman. Zo’n drie minuten gevuld met wetenschappelijk verantwoord uitziende voorstellingen van bepaalde delen van de hersenen en kwaliteitsvol geacteerde emotionele uitbarstingen, aangevuld met de nodige oprechte getuigenissen en hier en daar een vulkaan voor extra effect later, vroeg een tweede verdacht vriendelijke jongeman mij wat ik ervan vond. Dit nog voor ik ook maar de kans had om gehoor te geven aan de ontsnappingspoging die gedurende de filmvertoning steeds vastere vorm had aangenomen in mijn eigen hersenen. Er ontspon zich een langer gesprek dan ik had gehoopt. Mijn pogingen om deze verkondiger der Dianetics te doen inzien dat ik relatief gezien gelukkig genoeg ben om het zonder levensveranderende filosofie te stellen negerend, hield hij halsstarrig vol dat er toch zeker wel bepƔƔlde aspecten moesten zijn die ik graag aan mijn leven wilde veranderen. Waarna hij zonder enige terughoudendheid vroeg welke aspecten dat dan wel precies waren. De vulkaan op de cover indachtig, probeerde ik hem tevreden te stellen met het feit dat ik inderdaad af en toe eruptief van aard kan zijn, maar ook daar nam de nog steeds glimlachende jachthond, zoals ik hem intussen beschouwde, geen genoegen mee. Toen het hem begon te dagen dat ik de vraag over welke precieze zaken aanleiding geven tot mijn (sporadische!) emotionele uitbarstingen, niet bijster apprecieerde, besloot hij eindelijk om zijn focus te verleggen. Mijn studies konden namelijk ook een revolutionaire transformatie ondergaan met deze allesveranderende en door 90% effectief bevonden theorie mĆ©t praktische oefeningen. In een poging hem en mijzelf zo snel mogelijk tevreden te stellen, veinsde ik interesse. Interesse die even gauw als Pompeii onder een lavastroom verdween toen het mij begon te dagen dat deze zelfhulpflyer inclusief online cursus mij vier pond zou gaan kosten. Na die onthutsende vaststelling, hervond ik eindelijk mijn vastberadenheid en werd ik ten langen leste met mijn fiets weer naar buiten geleid onder kundige begeleiding van de nog steeds glimlachende, maar evenwel verslagen, jachthond. Terwijl ik mijn research deed voor deze blogpost (lees: “self help book volcano cover” intypen in google), bevestigde Wikipedia de nattigheid die ik bij het aannemen van de flyer reeds had moeten voorvoelen: “Dianetics is a set of ideas and practices regarding the metaphysical relationship between the mind and body created by science fiction writer L. Ron Hubbard. Dianetics is practiced by followers of Scientology, the Nation of Islam and independent Dianeticist groups. Dianetics has achieved no acceptance as a scientific theory and is widely considered to be a pseudoscience.”

Misschien is de oorzaak van mijn richtingzoekende uitstraling niet zo ver te zoeken, aangezien ik hier in Londen niet zeldenĀ  wel degelijk nood heb aan richting, zij het dan in een iets letterlijkere zin dan de richting die Dianetics mij zo hopeloos graag wilde geven in het leven. Met de fiets door de grootstad kan namelijk al eens een uitdaging vormen, zeker wanneer men bewust smartphoneloos is, en de toeristenkaarten die doorheen de stad verspreid staan in combinatie met een beperkt gevoel voor oriĆ«ntatie gemengde resultaten opleveren. Echter, een recent experiment heeft uitgewezen dat de fiets wel degelijk sneller kan zijn dan de metro, indien het verdwalen tot een minimum beperkt kan worden. Bovendien is men op de fiets vrijgesteld van schijnbaar willekeurige vertragingen, kilometerslange ondergrondse wandelingen om over te stappen en zogenaamde pletincidenten waarbij de mensen achter je op het perron zo wanhopig graag op hun werk willen geraken dat ze je ongeacht een reeds overvolle metro – of erger nog, gebrek daaraan, met volle kracht vooruit duwen. Daarenboven is een dagelijkse tocht met de fiets niet enkel de ideale gelegenheid om ook de minder voor de hand liggende plekjes in de stad te ontdekken, maar bovendien een prachtkans om Londens wild te spotten, zoals bijvoorbeeld vossen of herten. Eerstgenoemden kan je op redelijk frequente basis je eigen straat tegenkomen, terwijl je voor die laatste toevallig al fietsend in Richmond park terecht zou moeten gekomen zijn, hetgeen ik na mijn succesvol (lees: we zagen herten, zo van die echte authentieke met een gewei en alles erop en eraan) bezoek afgelopen week, vaker van plan ben. En dan zou ik nog bijna de honderden eekhoorns vergeten, waarvan ik er onlangs geheel per ongeluk bijna eentje overreed. Vergeleken met voorgenoemde geneugten die de fietser in de schoot geworpen worden, verbleken de schaarse nadelen (wind, kleding- en warmteregulatie, wind, een helm die gesofisticeerde kapsels verhindert, wind) onmiddellijk en met de lente in aantocht (ik ben op de hoogte van de vandaag gevallen sneeuw, maar ik doe aan wishfull thinking) zal alles naar ik hoop zeer gauw weer worden zoals deze eerste zonnige ontmoeting met mijn ondertussen zo geliefde stalen merrie:

5DA9B83B-DCD7-4FEE-AAFF-6B35A9B4B42C

Om de thematiek van deze blogpost compleet te maken, zou ik ook nog kunnen vermelden hoe ik hier regelmatig verdwaal tussen essays, presentaties en onverwachtse deadlines voor dissertation outlines die ergens in het labyrinth van de SOAS-website te wel vinden zijn mocht je die in je vrije tijd zo wat zitten afschuimen, maar waar verder met geen woord over gerept wordt en die vervolgens wegens algemene paniek en verwarring bij zowel staf als studenten verplaatst moeten worden met de nodige administratieve gevolgen van dien (en als jullie die administratie met eigen ogen konden aanschouwen, zouden jullie het met me eens zijn dat de Letteren Faculteit in Leuven daarbij een wel-geoliede machine is), maar…

let’s not.

Een atypische blogpost

Terwijl ik mij eergisteren zorgen maakte om wat ik al dan niet moest meenemen om een week in Belgiƫ te overleven (naar het schijnt is het daar koud), kwamen er in Syriƫ 200 kinderen om toen een schooltje gebombardeerd werd. Vanwaar deze plotse ommekeer in toon vraagt u zich af? Kent u dat gevoel, liefste lezer, dat gevoel dat u heeft wanneer u net buiten komt uit een panelgesprek over Syriƫ, dat besef van onrechtvaardigheid dat met de snelheid van het licht door je aderen lijkt te racen, dat ik-moet-iets-doen-gevoel? Neen? Geen nood, ik ben hier om jullie te verlichten. Ik heb mij zelfs in het zweet gefietst om deze zinnen vooral niet te laten ontsnappen. Want dames en heren, dat is het en gevaarlijkste kenmerk van het ik-moet-iets-doen-gevoel. Het is zo weer weg. Zodra je weer buiten staat en de emoties die het beeldmateriaal over 14-jarige jongetjes die hun dode broertje niet willen afstaan, moeders die huilen en mannen die puin hakken op zoek naar overlevenden weer wat is weggeƫbd, krijgen de dagelijkse beslommeringen weer vaste vorm en lijkt de onmiddellijke actie waar je zopas nog vurig naar verlangde alweer een onbereikbaar ideaal en bovendien niet aan de orde in je eigen met perfect beheersbare zorgen gevulde leven.

U weet nog steeds niet waar ik het over heb? Laat mij het over een andere boeg gooien. Wie van jullie zal er doorlezen tot op het einde van deze post, eens je ontdekt hebt dat ik mijn vrolijke zelfspot heb ingeruild voor deze klaagzang? Precies. En bovendien, wat kunnen wij doen? Wij arme studenten, die panikeren over de hoeveelheid readings en berekenen hoeveel geld ze nog overhouden om op cafĆ© te spenderen en peinzen over hun thesisonderwerp. Geen paniek lieve lezer. Ik heb het over mezelf. (Maar voel u gerust aangesproken indien u dat wenst) Heeft het zin dat ik mij hier in Londen bezig hou met het schrijven van bookreports en het ploeteren door Arabische romans en het bestuderen van Derrida en zijn ideeĆ«n over ‘othering’ met een grote o? (Van het tegendeel van dat laatste was ik reeds voor het SyriĆ« gesprek overtuigd overigens) Zou ik mij in plaats daarvan niet beter aan een Belgische boom voor het parlement vastketenen tot de regering actie onderneemt om de bombardementen in SyriĆ« te stoppen?

Een deel van het probleem is uiteraard een gebrek aan informatie. Want zeg nu zelf, wie weet er nog precies wat er op dit moment in SyriĆ« gebeurt? Sporadische items op het nieuws vertellen ons over bombardementen en onderhandelingen, maar wist iemand van jullie (inclusief ik) dat op dit moment duizenden mensen in een staat van belegering leven in Oost Ghouta (Damascus)? Concreet houdt zo’n belegering in dat de inwoners van de stad geen toegang hebben tot noodzakelijke middelen om te overleven: water, elektriciteit, medische benodigdheden,… worden door de regering volledig afgesloten en de bevolking is op zichzelf en creatieve middelen aangewezen om te overleven. Tot vorig jaar verkeerde Aleppo in een gelijkaardige situatie. Het leger van Bashar al-Assad slaagde er toen na 4 jaar belegering in om de stad van de rebellen te bevrijden in een militair offensief met hulp van Rusland. Vervolgens werden de plaatselijke bewoners door de internationale gemeenschap ‘geĆ«vacueerd’. Maar die ‘evacuatie’ is in feite, zo spraken de leden van het panelgesprek, niets meer dan een gedwongen uitzetting uit je thuis in plaats van het streven naar het stopzetten van de oorzaak van alle ellende, namelijk de bombardementen. Bovendien volgt de berichtgeving in de media pas na de feiten, aldus de panelleden. De dokters in Aleppo verkeerden gedurende vier jaar in constante angst voor de bombardementen die van tijd tot tijd werden uitgevoerd op de ziekenhuizen en moesten het zien te redden met de middelen die ze hadden en hopen dat de noodzakelijke energievoorraden om de generatoren te doen functioneren niet uitgeput zouden raken. De media kwam echter pas op de proppen toen er plots nog maar Ć©Ć©n van de zes ziekenhuizen functioneel was wegens veelvuldige, specifiek op de ziekenhuizen gerichte bombardementen. Een Syrische vrouw uit het publiek voegde hieraan toe dat ze geen kik wilde horen van de internationale gemeenschap indien het in Ghouta tot eenzelfde situatie zou komen. Neen, zij wil ons horen vĆ³Ć³r het te laat is deze keer. Om terug te keren naar mijn oorspronkelijke vraag: wat kunnen wij doen? Zoals diezelfde vrouw zeer wijselijk en poĆ«tisch sprak:

“Use your democracies. Scream and let your voice be heard.”

En als er iets is dat ik hier dan toch al opgestoken heb in mijn literatuurlessen en tijdens het schrijven van mijn thesis vorig jaar (die nota bene over revolutionaire poĆ«zie ging) is het wel dat een stem wel degelijk een verschil kan maken. Tenminste als het er meer dan Ć©Ć©n is…

Living the grown up life in London

As to satisfy my English readers, which apparently I have?!, I decided to write a little piece in English about some of the challenges that I faced so far while living in the big bad (and amazing) city of London all by myself.

About a week a go I set forth on a mission to Lidl to do my groceries for the coming week. Feeling very proud of myself for doing my groceries without any help and for only 15 pounds (although the credits for this last part obviously go to Lidl), I walked home with only one more obstacle to conquer if I wanted to reach the glorious goal of eating mac and cheese for supper: where to get pasta? (Lidl is great, but since everyone in the neighbourhood seems to think so, there was no pasta left) The little cornershop opposite my house offered the perfect solution! Only it seemed a bit inappropriate to squirm myself inside the little shop with two packed Lidlbags on either side of me, especially since the shop itself is hardly big enough to enter with two bags of any kind altogether. So I placed the bags on the treshold and quickly ran to the shop. After all, who would steal a bag that only has groceries in it, right? When I came back with my pasta however, I found my doorstep empty. Realizing that except for groceries, the bags had also contained my keys, I have to admit that I slightly panicked. With which I mean to say: ran up the street, started asking startled passerby’s if they had seen anything suspicious and ended up in the shop looking at the reversed camera images of my house (that apparently is being filmed 24/24…). While the shopkeeper tried to cope with her customers and one upset and heavily breathing individual (=me) at the same time, I watched myself grapple innocent passerby’s and causing full-blown panick in reverse, which is even more awkward to look at, believe me. Finally the recording reached the point where I disappeared in the shop and my bags were left unattended at the doorstep. A few minutes passed but nothing happened. And there I was again, walking backwards out of the shop in the direction of Lidl. I was baffled. No sketchy figure had stolen my bags, no neighbour had taken them inside, nothing of that sort. If not for the kind shopkeeper I don’t know how long it would have taken me to realize that the cute and very similar houses of my own street were the ones to blame and after two weeks of living in number 91a, I had managed to put my grocery bags at the doorstep of number 89 without realizing my mistake. Feeling not quite ready yet to face the friendly shopkeeper again, I bought two packs of pasta yesterday in the Lidl, just to be sure.

A second issue that this damsel in distress had to overcome last week concerned the can opener. The thing looks as if it came right out of prehistorical times and of course I do not want to confirm the stereotype, but I honestly did not know how to hold it, let alone open a can with it. After ten minutes of trying different positions between can opener and can, I decided that another tactic was required. Vaguely I remembered a friend explaining a survival technique to me with which you can open a can just by scraping it on a rocky surface, but the simmering pan on the fire urged me to decide quick and the kitchen seemed deprived of rocks for the moment. Therefore I had to be content with a big blunt knife as basic tool. I don’t want to claim that the results were as bad as the ones in this short movie, but it still gives a nice image of the situation that took place in my kitchen following the decision to use the knife to force the can open:

For those who wonder, I do not only encounter embarrassing moments: I do my laundry (30 or 40 degrees..?), I bought a bike (seriously, the left side? How crazy are you people?!) and I do the required readings for my classes (oh, you want us to read the whole book by next week? Sure. No problem at all.). In short, I’m acting like a real grownup. Only it seems that they too don’t always know what they’re doing in life.

SOAS, the place to be..?

In de hoop dat mijn vorige post jullie een beter inzicht heeft kunnen geven in de wankele emotionele toestand waarin ik mij de eerste dagen van dit nieuwe avontuur bevond, wijd ik in deze nieuwe post graag een beetje uit over waarom precies ik mijzelf vrijwillig in deze lastige situatie heb gemanoeuvreerd. Wel, liefste lezers, ik doe het allemaal voor SOAS. Een ongelukkig gekozen letterwoord in het Nederlands, maar daar zijn die arme Londenaren zich naar ik hoop geheel onbewust van. In het Engels staat SOAS namelijk doodgewoon voor School of Oriental and African Studies. Wel degelijk the place to be wanneer je Arabische Literatuur wilt studeren dus. Van studeren is er de eerste week, “Orientation week”, echter nog niet veel in huis gekomen. Die was namelijk volledig gewijd aan het leren kennen van de universiteit en alle nieuwe en interessante mensen die er rondlopen. Introductiesessies omtrent het online leerplatform, het samenstellen van je programma en de werking van de bibliotheek werden afgewisseld met de meest uiteenlopende door de studentenvereniging georganiseerde activiteiten: een salsa-avond, feministische poĆ«zie, brunch, silent movie screening en volleybaltrainingen volgden elkaar in een sneltempo op. Ik zal mij beperken tot enkele diep- en hoogtepunten…

Een van de eerste activiteiten die ik vol goede moed uitprobeerde was een vinyasa yoga introductie. Men zou denken dat ik na twee jaar les en een hoop zelfstandig geoefen/geklungel toch wist waaraan ik mij moest verwachten. Niets is echter minder waar. Yoga is uiteraard geen competitie, maar laat mij jullie Ć©Ć©n ding vertellen: in een kamer vol ambitieuze nieuwelingen, wiens belangrijkste doel voorlopig nieuwe vrienden en vooral een goede eerste indruk maken is, gecombineerd met Ć©Ć©n shirtloze, verbazingwekkend flexibele jongeman, is yoga wel degelijk een competitie. Daarbovenop had de schreeuwerige lesgeefster er niet aan gedacht om in het stampvolle kelderlokaal een raampje open te zetten. Dit in combinatie met de relaxerende muziek die aan 100 decibel door de boxen schalde, zorgde voor een minder ontspannen gevoel dat ik doorgaans van yoga gewoon ben. Mijn positie links achter in het lokaal maakte het bovendien onmogelijk om ongemerkt wegglippen. Het enige pluspunt aan deze anderhalf uur durende kwelling was dat ik een tweede Leuvenaar tegenkwam waarmee ik nog eens in het heerlijk ongecompliceerd Nederlands kon spreken. Want hoewel mijn Engels voldoet aan de gevraagde standaarden, is het vermoeiender dan je denkt om in een andere taal dan je moedertaal te leven. Bovendien moet ik niet enkel het, indien snel gesproken, quasi onverstaanbare Britse accent onder de knie krijgen, maar ook de respectievelijke accenten van alle andere internationale studenten. En daar zijn er een hele hoop van. In mijn eerste week leerde ik al Colombiaanse en Canadese Palestijnen, Afgaans-Iraanse Londenaren en een hele hoop Pakistanen en Italianen kennen. De kans dat ik met een Engelsman thuiskom, zoals velen van jullie subtiel of minder subtiel gesuggereerd hebben voor ik vertrok, is dus eerder klein…

Een van de betere ervaringen die ik deze eerste twee weken al had, was dan weer het Arabische feestje waar ik gisteren mijn beentjes (en al de rest, hoewel niet synchroon vrees ik) losgooide. Voor jullie je een met rood met goudbestikte kussentjes gedecoreerd, naar muntthee geurend vertrek vol rustig slurpende Arabieren met fez op het hoofd voor de geest halen, zal ik even toelichten dat het wel degelijk om een studentenfeestje in de Leuvense zin van het woord ging. Behalve de uitsluitend Arabische beats dan. Bovendien zou vierhonderd man, waarvan het merendeel er lekker stereotiep Arabisch uitziet, die wanneer de muziek stilvalt samen en uit volle borst “allah aleyk allah” schreeuwen, algauw de politie aan de deur krijgen in het Leuvense. Dat het louter om een stukje tekst uit het beroemde liefdesliedje “Habiby ya nour el ayn” van de Egyptische zanger Amr Diab gaat en niet om een eventuele groepsterreurdaad, zouden ze zich waarschijnlijk pas realiseren wanneer de muziek weer verder gaat en de menigte in wild handengeklap losbarst om vervolgens vreedzaam verder te feesten.

Laat jullie vooral ook verleiden tot een dansje!

Naast universitaire en emotionele nieuwigheden, ben ik hier toch ook reeds enkele malen op culturele verschillen gebotst (eten valt onder de noemer cultuur toch?) Een bakker? Dat kennen ze hier niet. Na mijn eerste ongelukkige ervaring met een halfbeschimmeld, in plastic zak verpakt brood uit de Tesco, besloot ik raad te vragen aan meer ervaren Londen-woners. Wat bleek? Het beste brood valt hier te vinden in de Lidl. Niet erg veelbelovend als je het mij vraagt. Frietjes? Naast het feit dat ze frieten “chips” noemen, wat op zich al voor verwarring kan zorgen, lijken de slappe aardappelplakken toch in niets op wat ik gewoon ben van bij Paula in Heverlee. Voor ik in een al te chauvinistisch discours terecht kom, zal ik jullie maar melden dat er etensgewijs ook grote voordelen aan Londen verbonden zijn. Een pot Ben&Jerry ijs kost hier 2, zoveel pond. Na een korte vergelijking met de 7 euro die je er in BelgiĆ« voor betaalt, besloot ik om toch maar een voorraadje aan te leggen voor de emotionele momenten waaraan ik geregeld nog het hoofd moet bieden, wanneer ik het bruisende, veelbelovende en zalig multiculturele Londen eventjes vergeet, en jullie allen toch wat mis.

All by myself (but still happy don’t worry)

Dames en heren, graag heet ik u van harte opnieuw welkom in het enige echte…MartheLand! (gelieve u vuurwerk, confetti en trompetgeschal voor te stellen) Voor diegenen die het nog niet wisten: de hoofdkwartieren van MartheLand zijn sinds gisterenavond opnieuw van locatie veranderd en wel naar het veelbelovende Londen. Als een echte onafhankelijke vrouw van de wereld pakte ik mijn koffers, schreed moeiteloos door de scanners van Brussel Zuid en stapte, emoties volledig in de hand, de Eurostar op.

Goed dan. Zo ging het niet helemaal. Het inpakken bezorgde mij, en mijn familieleden, behoorlijk wat stress. Het blijkt namelijk dat het inpakken van al uw bezittingen in een grote koffer en een trekrugzak onmogelijk is. Met als gevolg dat er bepaalde keuzes moeten gemaakt worden: de roze rok of de bloemenrok? de zwarte kostuumschoentjes of de bruine? Het glitter-briefpapier of het eenhoorn-briefpapier? Hartverscheurende keuzes, daar zult u het vast wel mee eens zijn, die in mijn toenmalige staat van zijn (‘het vertrek nadert met rasse schreden, waarom ook weer precies besloot je om een heel jaar lang helemaal in je eentje aan de andere kant van een onmetelijk diepe en moderne vervoersmiddelen buiten beschouwing gelaten onoverbrugbare oceaan te gaan studeren?’) tot enkele kleine mentale instortingen hebben geleid. Toen ik echter aan de douanepost van de Eurostar kwam wenste ik met heel mijn hart dat ik mijn vaders advies had opgevolgd en met twee onderbroeken en een tandenborstel was afgereisd. In plaats daarvan moest ik nu in mijn eentje de meer dan dertig kilo wegende valies op de scannerband getild krijgen en dit onder de aandachtige ogen van de bewakers, die allerminst geneigd leken om mij te helpen, en de vijfkoppige afscheidsbrigade die enkele meters eerder reeds gedwongen achtergebleven was, maar mij in deze netelige situatie graag nog even bleef gadeslaan. Eens op de trein gezeten bewoog de door mijn mama thuisgesmeerde boterham inclusief boodschap op het servet mij tot een krop in de keel en enkele bescheiden tranen, terwijl de voorbij flitsende, door de laaghangende zon goudgekleurde landschappen mij dan weer de neiging gaven tot grootse, melodramatische gedachten over het nieuwe hoofdstuk in mijn leven terwijl ik met een serene (en hoogstwaarschijnlijk idiote) glimlach om de lippen in de verte staarde… Enfin, zoals ik daarstraks al zei: een uiterst vlot vertrek.

Uiteraard volgt er na een vertrek steeds een aankomst. En ook die verliep op rolletjes. De kleine steek in mijn hart, veroorzaakt door de niet voor mij bestemde opwacht-bordjes in de aankomsthal, werd namelijk binnen de minuut vervangen door het magische geluk van een sing along waar ik geheel onverwachts deel van werd. Een man die op een in het station geplaatste piano speelde, werd vergezeld door een meisje dat enthousiast de liedteksten begon op te zoeken. Nadat een tweede meisje zich bij dit spontane duet voegde, gooide ik na enkele weifelende noten toch ook mijn niet al te zuivere maar daarom niet minder enthousiaste zangstem in de strijd en ziedaar: een spontane sing along waarvan je hart gaat gloeien. Zonder specifieke namen te willen noemen, denk ik dat bepaalde personen uit mijn naaste omgeving hier even dolenthousiast van zouden worden, Karen. Nog nagenietend van de naar mijn overtuiging uniĆ©ke gebeurtenis waar ik zojuist deel van was geweest, begaf ik mij naar de taxi’s om vijftig meter verder op een tweede piano te stuiten alwaar zich een volledig gelijkaardig tafereel afspeelde. In een stad waar dat mogelijk is, kan al niet veel meer misgaan zo leek me.

En inderdaad, de wonderen bleven elkaar maar opvolgen. Nadat ik in een taxi stapte en het schattige woonwijkje Cricklewood bereikte, bleken zowel mijn landlady als de tijdelijke kamer die ze mij beloofde en die ik tot nog toe enkel via het internet had kunnen aanschouwen werkelijk te bestaan en er bovendien betrouwbaar uit te zien! Eens de landlady verdwenen was en ik alleen in mijn nieuwe thuis zat (de andere bewoners waren nog op hun werk of verscholen zich in hun eigen kamers), bekroop mij echter toch een beetje een leeg gevoel. En dus verliet ik het lege huis, op zoek naar eten en misschien wat vrienden om de leegte in maag en hart te vullen. Het eten vond ik een straat verder al, de vrienden waren een ander paar mouwen. Misschien ook wat veeleisend om de eerste dag reeds een nieuwe horde hartsvrienden op de dorpel te verwachten, maar ach ik droom altijd groots. En bovendien is vandaag gebleken dat ik werkelijk wel geen dag kan doorkomen zonder een degelijk gesprek. Ondanks het verwoed laten openstaan van mijn kamerdeur in de hoop een gesprekje aan te knopen met een van de andere, voorlopig mysterieuze, bewoners van dit huis en het enthousiast glimlachen naar alle Londenaren die ik tot nu toe tegenkwam in de metro en het park, had ik toen de avond viel nog steeds geen vrienden gemaakt. Zo kwam het dat ik rond de tijd van mijn avondmaal de wanhoop nabij was toen plots in de keuken boven (er zijn twee keukens, eentje beneden waar ik zit en eentje boven) het geluid van potten en pannen weerklonk. Ik besloot voor de ietwat bruuske maar effectieve aanpak van mijn probleem te kiezen en wandelde de trap op met mijn avondmaal in de hand om aan de kokende onbekende te vragen of ik het in zijn gezelschap mocht opeten. En voilĆ , ik maakte een eerste vriend! Een lichtjes voorbarige term misschien, maar goed, ik had toch iemand om tegen te praten tijdens het eten (iets wat achteraf gezien nogal vervelend was omdat een gesprek voeren met je mond vol wel wat moeilijk is, zeker wanneer de gesprekspartner in kwestie een onbekende is en men dus nog een goede indruk wil maken).

Beter laat dan nooit

Onder het motto dat u in de titel al heeft kunnen lezen kondig ik jullie bij dezen aan dat mijn schrijfsels over Iran ook eindelijk een definitieve vorm hebben aangenomen. Als je me via een of ander kanaal een berichtje stuurt met je mailadres heb je ze binnenkort in je mailbox. Verwacht alleen alsjeblieft niet dat het een half boek is geworden. Een verwachting die volledig te begrijpen valt gezien het tijdsinterval tussen mijn reis naar Iran en deze blogpost. Toch is het niet zo. Verder wil ik me ook excuseren voor de eventuele inconsistenties in tijd in het artikel: ik heb namelijk een deel geschreven toen ik nog in Iran was en een deel toen ik mij al weer op andere grondgebieden bevond (Egypte, Belgiƫ). Hopelijk genieten jullie ervan en als Belgiƫ een dezer dagen wat interessanter wordt, zal ik het overwegen om ook wat Belgische avonturen neer te pennen in de toekomst.

Groetjes uit MartheLand!