Een atypische blogpost

Terwijl ik mij eergisteren zorgen maakte om wat ik al dan niet moest meenemen om een week in België te overleven (naar het schijnt is het daar koud), kwamen er in Syrië 200 kinderen om toen een schooltje gebombardeerd werd. Vanwaar deze plotse ommekeer in toon vraagt u zich af? Kent u dat gevoel, liefste lezer, dat gevoel dat u heeft wanneer u net buiten komt uit een panelgesprek over Syrië, dat besef van onrechtvaardigheid dat met de snelheid van het licht door je aderen lijkt te racen, dat ik-moet-iets-doen-gevoel? Neen? Geen nood, ik ben hier om jullie te verlichten. Ik heb mij zelfs in het zweet gefietst om deze zinnen vooral niet te laten ontsnappen. Want dames en heren, dat is het en gevaarlijkste kenmerk van het ik-moet-iets-doen-gevoel. Het is zo weer weg. Zodra je weer buiten staat en de emoties die het beeldmateriaal over 14-jarige jongetjes die hun dode broertje niet willen afstaan, moeders die huilen en mannen die puin hakken op zoek naar overlevenden weer wat is weggeëbd, krijgen de dagelijkse beslommeringen weer vaste vorm en lijkt de onmiddellijke actie waar je zopas nog vurig naar verlangde alweer een onbereikbaar ideaal en bovendien niet aan de orde in je eigen met perfect beheersbare zorgen gevulde leven.

U weet nog steeds niet waar ik het over heb? Laat mij het over een andere boeg gooien. Wie van jullie zal er doorlezen tot op het einde van deze post, eens je ontdekt hebt dat ik mijn vrolijke zelfspot heb ingeruild voor deze klaagzang? Precies. En bovendien, wat kunnen wij doen? Wij arme studenten, die panikeren over de hoeveelheid readings en berekenen hoeveel geld ze nog overhouden om op café te spenderen en peinzen over hun thesisonderwerp. Geen paniek lieve lezer. Ik heb het over mezelf. (Maar voel u gerust aangesproken indien u dat wenst) Heeft het zin dat ik mij hier in Londen bezig hou met het schrijven van bookreports en het ploeteren door Arabische romans en het bestuderen van Derrida en zijn ideeën over ‘othering’ met een grote o? (Van het tegendeel van dat laatste was ik reeds voor het Syrië gesprek overtuigd overigens) Zou ik mij in plaats daarvan niet beter aan een Belgische boom voor het parlement vastketenen tot de regering actie onderneemt om de bombardementen in Syrië te stoppen?

Een deel van het probleem is uiteraard een gebrek aan informatie. Want zeg nu zelf, wie weet er nog precies wat er op dit moment in Syrië gebeurt? Sporadische items op het nieuws vertellen ons over bombardementen en onderhandelingen, maar wist iemand van jullie (inclusief ik) dat op dit moment duizenden mensen in een staat van belegering leven in Oost Ghouta (Damascus)? Concreet houdt zo’n belegering in dat de inwoners van de stad geen toegang hebben tot noodzakelijke middelen om te overleven: water, elektriciteit, medische benodigdheden,… worden door de regering volledig afgesloten en de bevolking is op zichzelf en creatieve middelen aangewezen om te overleven. Tot vorig jaar verkeerde Aleppo in een gelijkaardige situatie. Het leger van Bashar al-Assad slaagde er toen na 4 jaar belegering in om de stad van de rebellen te bevrijden in een militair offensief met hulp van Rusland. Vervolgens werden de plaatselijke bewoners door de internationale gemeenschap ‘geëvacueerd’. Maar die ‘evacuatie’ is in feite, zo spraken de leden van het panelgesprek, niets meer dan een gedwongen uitzetting uit je thuis in plaats van het streven naar het stopzetten van de oorzaak van alle ellende, namelijk de bombardementen. Bovendien volgt de berichtgeving in de media pas na de feiten, aldus de panelleden. De dokters in Aleppo verkeerden gedurende vier jaar in constante angst voor de bombardementen die van tijd tot tijd werden uitgevoerd op de ziekenhuizen en moesten het zien te redden met de middelen die ze hadden en hopen dat de noodzakelijke energievoorraden om de generatoren te doen functioneren niet uitgeput zouden raken. De media kwam echter pas op de proppen toen er plots nog maar één van de zes ziekenhuizen functioneel was wegens veelvuldige, specifiek op de ziekenhuizen gerichte bombardementen. Een Syrische vrouw uit het publiek voegde hieraan toe dat ze geen kik wilde horen van de internationale gemeenschap indien het in Ghouta tot eenzelfde situatie zou komen. Neen, zij wil ons horen vóór het te laat is deze keer. Om terug te keren naar mijn oorspronkelijke vraag: wat kunnen wij doen? Zoals diezelfde vrouw zeer wijselijk en poëtisch sprak:

“Use your democracies. Scream and let your voice be heard.”

En als er iets is dat ik hier dan toch al opgestoken heb in mijn literatuurlessen en tijdens het schrijven van mijn thesis vorig jaar (die nota bene over revolutionaire poëzie ging) is het wel dat een stem wel degelijk een verschil kan maken. Tenminste als het er meer dan één is…

Advertenties

Living the grown up life in London

As to satisfy my English readers, which apparently I have?!, I decided to write a little piece in English about some of the challenges that I faced so far while living in the big bad (and amazing) city of London all by myself.

About a week a go I set forth on a mission to Lidl to do my groceries for the coming week. Feeling very proud of myself for doing my groceries without any help and for only 15 pounds (although the credits for this last part obviously go to Lidl), I walked home with only one more obstacle to conquer if I wanted to reach the glorious goal of eating mac and cheese for supper: where to get pasta? (Lidl is great, but since everyone in the neighbourhood seems to think so, there was no pasta left) The little cornershop opposite my house offered the perfect solution! Only it seemed a bit inappropriate to squirm myself inside the little shop with two packed Lidlbags on either side of me, especially since the shop itself is hardly big enough to enter with two bags of any kind altogether. So I placed the bags on the treshold and quickly ran to the shop. After all, who would steal a bag that only has groceries in it, right? When I came back with my pasta however, I found my doorstep empty. Realizing that except for groceries, the bags had also contained my keys, I have to admit that I slightly panicked. With which I mean to say: ran up the street, started asking startled passerby’s if they had seen anything suspicious and ended up in the shop looking at the reversed camera images of my house (that apparently is being filmed 24/24…). While the shopkeeper tried to cope with her customers and one upset and heavily breathing individual (=me) at the same time, I watched myself grapple innocent passerby’s and causing full-blown panick in reverse, which is even more awkward to look at, believe me. Finally the recording reached the point where I disappeared in the shop and my bags were left unattended at the doorstep. A few minutes passed but nothing happened. And there I was again, walking backwards out of the shop in the direction of Lidl. I was baffled. No sketchy figure had stolen my bags, no neighbour had taken them inside, nothing of that sort. If not for the kind shopkeeper I don’t know how long it would have taken me to realize that the cute and very similar houses of my own street were the ones to blame and after two weeks of living in number 91a, I had managed to put my grocery bags at the doorstep of number 89 without realizing my mistake. Feeling not quite ready yet to face the friendly shopkeeper again, I bought two packs of pasta yesterday in the Lidl, just to be sure.

A second issue that this damsel in distress had to overcome last week concerned the can opener. The thing looks as if it came right out of prehistorical times and of course I do not want to confirm the stereotype, but I honestly did not know how to hold it, let alone open a can with it. After ten minutes of trying different positions between can opener and can, I decided that another tactic was required. Vaguely I remembered a friend explaining a survival technique to me with which you can open a can just by scraping it on a rocky surface, but the simmering pan on the fire urged me to decide quick and the kitchen seemed deprived of rocks for the moment. Therefore I had to be content with a big blunt knife as basic tool. I don’t want to claim that the results were as bad as the ones in this short movie, but it still gives a nice image of the situation that took place in my kitchen following the decision to use the knife to force the can open:

For those who wonder, I do not only encounter embarrassing moments: I do my laundry (30 or 40 degrees..?), I bought a bike (seriously, the left side? How crazy are you people?!) and I do the required readings for my classes (oh, you want us to read the whole book by next week? Sure. No problem at all.). In short, I’m acting like a real grownup. Only it seems that they too don’t always know what they’re doing in life.

SOAS, the place to be..?

In de hoop dat mijn vorige post jullie een beter inzicht heeft kunnen geven in de wankele emotionele toestand waarin ik mij de eerste dagen van dit nieuwe avontuur bevond, wijd ik in deze nieuwe post graag een beetje uit over waarom precies ik mijzelf vrijwillig in deze lastige situatie heb gemanoeuvreerd. Wel, liefste lezers, ik doe het allemaal voor SOAS. Een ongelukkig gekozen letterwoord in het Nederlands, maar daar zijn die arme Londenaren zich naar ik hoop geheel onbewust van. In het Engels staat SOAS namelijk doodgewoon voor School of Oriental and African Studies. Wel degelijk the place to be wanneer je Arabische Literatuur wilt studeren dus. Van studeren is er de eerste week, “Orientation week”, echter nog niet veel in huis gekomen. Die was namelijk volledig gewijd aan het leren kennen van de universiteit en alle nieuwe en interessante mensen die er rondlopen. Introductiesessies omtrent het online leerplatform, het samenstellen van je programma en de werking van de bibliotheek werden afgewisseld met de meest uiteenlopende door de studentenvereniging georganiseerde activiteiten: een salsa-avond, feministische poëzie, brunch, silent movie screening en volleybaltrainingen volgden elkaar in een sneltempo op. Ik zal mij beperken tot enkele diep- en hoogtepunten…

Een van de eerste activiteiten die ik vol goede moed uitprobeerde was een vinyasa yoga introductie. Men zou denken dat ik na twee jaar les en een hoop zelfstandig geoefen/geklungel toch wist waaraan ik mij moest verwachten. Niets is echter minder waar. Yoga is uiteraard geen competitie, maar laat mij jullie één ding vertellen: in een kamer vol ambitieuze nieuwelingen, wiens belangrijkste doel voorlopig nieuwe vrienden en vooral een goede eerste indruk maken is, gecombineerd met één shirtloze, verbazingwekkend flexibele jongeman, is yoga wel degelijk een competitie. Daarbovenop had de schreeuwerige lesgeefster er niet aan gedacht om in het stampvolle kelderlokaal een raampje open te zetten. Dit in combinatie met de relaxerende muziek die aan 100 decibel door de boxen schalde, zorgde voor een minder ontspannen gevoel dat ik doorgaans van yoga gewoon ben. Mijn positie links achter in het lokaal maakte het bovendien onmogelijk om ongemerkt wegglippen. Het enige pluspunt aan deze anderhalf uur durende kwelling was dat ik een tweede Leuvenaar tegenkwam waarmee ik nog eens in het heerlijk ongecompliceerd Nederlands kon spreken. Want hoewel mijn Engels voldoet aan de gevraagde standaarden, is het vermoeiender dan je denkt om in een andere taal dan je moedertaal te leven. Bovendien moet ik niet enkel het, indien snel gesproken, quasi onverstaanbare Britse accent onder de knie krijgen, maar ook de respectievelijke accenten van alle andere internationale studenten. En daar zijn er een hele hoop van. In mijn eerste week leerde ik al Colombiaanse en Canadese Palestijnen, Afgaans-Iraanse Londenaren en een hele hoop Pakistanen en Italianen kennen. De kans dat ik met een Engelsman thuiskom, zoals velen van jullie subtiel of minder subtiel gesuggereerd hebben voor ik vertrok, is dus eerder klein…

Een van de betere ervaringen die ik deze eerste twee weken al had, was dan weer het Arabische feestje waar ik gisteren mijn beentjes (en al de rest, hoewel niet synchroon vrees ik) losgooide. Voor jullie je een met rood met goudbestikte kussentjes gedecoreerd, naar muntthee geurend vertrek vol rustig slurpende Arabieren met fez op het hoofd voor de geest halen, zal ik even toelichten dat het wel degelijk om een studentenfeestje in de Leuvense zin van het woord ging. Behalve de uitsluitend Arabische beats dan. Bovendien zou vierhonderd man, waarvan het merendeel er lekker stereotiep Arabisch uitziet, die wanneer de muziek stilvalt samen en uit volle borst “allah aleyk allah” schreeuwen, algauw de politie aan de deur krijgen in het Leuvense. Dat het louter om een stukje tekst uit het beroemde liefdesliedje “Habiby ya nour el ayn” van de Egyptische zanger Amr Diab gaat en niet om een eventuele groepsterreurdaad, zouden ze zich waarschijnlijk pas realiseren wanneer de muziek weer verder gaat en de menigte in wild handengeklap losbarst om vervolgens vreedzaam verder te feesten.

Laat jullie vooral ook verleiden tot een dansje!

Naast universitaire en emotionele nieuwigheden, ben ik hier toch ook reeds enkele malen op culturele verschillen gebotst (eten valt onder de noemer cultuur toch?) Een bakker? Dat kennen ze hier niet. Na mijn eerste ongelukkige ervaring met een halfbeschimmeld, in plastic zak verpakt brood uit de Tesco, besloot ik raad te vragen aan meer ervaren Londen-woners. Wat bleek? Het beste brood valt hier te vinden in de Lidl. Niet erg veelbelovend als je het mij vraagt. Frietjes? Naast het feit dat ze frieten “chips” noemen, wat op zich al voor verwarring kan zorgen, lijken de slappe aardappelplakken toch in niets op wat ik gewoon ben van bij Paula in Heverlee. Voor ik in een al te chauvinistisch discours terecht kom, zal ik jullie maar melden dat er etensgewijs ook grote voordelen aan Londen verbonden zijn. Een pot Ben&Jerry ijs kost hier 2, zoveel pond. Na een korte vergelijking met de 7 euro die je er in België voor betaalt, besloot ik om toch maar een voorraadje aan te leggen voor de emotionele momenten waaraan ik geregeld nog het hoofd moet bieden, wanneer ik het bruisende, veelbelovende en zalig multiculturele Londen eventjes vergeet, en jullie allen toch wat mis.

All by myself (but still happy don’t worry)

Dames en heren, graag heet ik u van harte opnieuw welkom in het enige echte…MartheLand! (gelieve u vuurwerk, confetti en trompetgeschal voor te stellen) Voor diegenen die het nog niet wisten: de hoofdkwartieren van MartheLand zijn sinds gisterenavond opnieuw van locatie veranderd en wel naar het veelbelovende Londen. Als een echte onafhankelijke vrouw van de wereld pakte ik mijn koffers, schreed moeiteloos door de scanners van Brussel Zuid en stapte, emoties volledig in de hand, de Eurostar op.

Goed dan. Zo ging het niet helemaal. Het inpakken bezorgde mij, en mijn familieleden, behoorlijk wat stress. Het blijkt namelijk dat het inpakken van al uw bezittingen in een grote koffer en een trekrugzak onmogelijk is. Met als gevolg dat er bepaalde keuzes moeten gemaakt worden: de roze rok of de bloemenrok? de zwarte kostuumschoentjes of de bruine? Het glitter-briefpapier of het eenhoorn-briefpapier? Hartverscheurende keuzes, daar zult u het vast wel mee eens zijn, die in mijn toenmalige staat van zijn (‘het vertrek nadert met rasse schreden, waarom ook weer precies besloot je om een heel jaar lang helemaal in je eentje aan de andere kant van een onmetelijk diepe en moderne vervoersmiddelen buiten beschouwing gelaten onoverbrugbare oceaan te gaan studeren?’) tot enkele kleine mentale instortingen hebben geleid. Toen ik echter aan de douanepost van de Eurostar kwam wenste ik met heel mijn hart dat ik mijn vaders advies had opgevolgd en met twee onderbroeken en een tandenborstel was afgereisd. In plaats daarvan moest ik nu in mijn eentje de meer dan dertig kilo wegende valies op de scannerband getild krijgen en dit onder de aandachtige ogen van de bewakers, die allerminst geneigd leken om mij te helpen, en de vijfkoppige afscheidsbrigade die enkele meters eerder reeds gedwongen achtergebleven was, maar mij in deze netelige situatie graag nog even bleef gadeslaan. Eens op de trein gezeten bewoog de door mijn mama thuisgesmeerde boterham inclusief boodschap op het servet mij tot een krop in de keel en enkele bescheiden tranen, terwijl de voorbij flitsende, door de laaghangende zon goudgekleurde landschappen mij dan weer de neiging gaven tot grootse, melodramatische gedachten over het nieuwe hoofdstuk in mijn leven terwijl ik met een serene (en hoogstwaarschijnlijk idiote) glimlach om de lippen in de verte staarde… Enfin, zoals ik daarstraks al zei: een uiterst vlot vertrek.

Uiteraard volgt er na een vertrek steeds een aankomst. En ook die verliep op rolletjes. De kleine steek in mijn hart, veroorzaakt door de niet voor mij bestemde opwacht-bordjes in de aankomsthal, werd namelijk binnen de minuut vervangen door het magische geluk van een sing along waar ik geheel onverwachts deel van werd. Een man die op een in het station geplaatste piano speelde, werd vergezeld door een meisje dat enthousiast de liedteksten begon op te zoeken. Nadat een tweede meisje zich bij dit spontane duet voegde, gooide ik na enkele weifelende noten toch ook mijn niet al te zuivere maar daarom niet minder enthousiaste zangstem in de strijd en ziedaar: een spontane sing along waarvan je hart gaat gloeien. Zonder specifieke namen te willen noemen, denk ik dat bepaalde personen uit mijn naaste omgeving hier even dolenthousiast van zouden worden, Karen. Nog nagenietend van de naar mijn overtuiging uniéke gebeurtenis waar ik zojuist deel van was geweest, begaf ik mij naar de taxi’s om vijftig meter verder op een tweede piano te stuiten alwaar zich een volledig gelijkaardig tafereel afspeelde. In een stad waar dat mogelijk is, kan al niet veel meer misgaan zo leek me.

En inderdaad, de wonderen bleven elkaar maar opvolgen. Nadat ik in een taxi stapte en het schattige woonwijkje Cricklewood bereikte, bleken zowel mijn landlady als de tijdelijke kamer die ze mij beloofde en die ik tot nog toe enkel via het internet had kunnen aanschouwen werkelijk te bestaan en er bovendien betrouwbaar uit te zien! Eens de landlady verdwenen was en ik alleen in mijn nieuwe thuis zat (de andere bewoners waren nog op hun werk of verscholen zich in hun eigen kamers), bekroop mij echter toch een beetje een leeg gevoel. En dus verliet ik het lege huis, op zoek naar eten en misschien wat vrienden om de leegte in maag en hart te vullen. Het eten vond ik een straat verder al, de vrienden waren een ander paar mouwen. Misschien ook wat veeleisend om de eerste dag reeds een nieuwe horde hartsvrienden op de dorpel te verwachten, maar ach ik droom altijd groots. En bovendien is vandaag gebleken dat ik werkelijk wel geen dag kan doorkomen zonder een degelijk gesprek. Ondanks het verwoed laten openstaan van mijn kamerdeur in de hoop een gesprekje aan te knopen met een van de andere, voorlopig mysterieuze, bewoners van dit huis en het enthousiast glimlachen naar alle Londenaren die ik tot nu toe tegenkwam in de metro en het park, had ik toen de avond viel nog steeds geen vrienden gemaakt. Zo kwam het dat ik rond de tijd van mijn avondmaal de wanhoop nabij was toen plots in de keuken boven (er zijn twee keukens, eentje beneden waar ik zit en eentje boven) het geluid van potten en pannen weerklonk. Ik besloot voor de ietwat bruuske maar effectieve aanpak van mijn probleem te kiezen en wandelde de trap op met mijn avondmaal in de hand om aan de kokende onbekende te vragen of ik het in zijn gezelschap mocht opeten. En voilà, ik maakte een eerste vriend! Een lichtjes voorbarige term misschien, maar goed, ik had toch iemand om tegen te praten tijdens het eten (iets wat achteraf gezien nogal vervelend was omdat een gesprek voeren met je mond vol wel wat moeilijk is, zeker wanneer de gesprekspartner in kwestie een onbekende is en men dus nog een goede indruk wil maken).

Beter laat dan nooit

Onder het motto dat u in de titel al heeft kunnen lezen kondig ik jullie bij dezen aan dat mijn schrijfsels over Iran ook eindelijk een definitieve vorm hebben aangenomen. Als je me via een of ander kanaal een berichtje stuurt met je mailadres heb je ze binnenkort in je mailbox. Verwacht alleen alsjeblieft niet dat het een half boek is geworden. Een verwachting die volledig te begrijpen valt gezien het tijdsinterval tussen mijn reis naar Iran en deze blogpost. Toch is het niet zo. Verder wil ik me ook excuseren voor de eventuele inconsistenties in tijd in het artikel: ik heb namelijk een deel geschreven toen ik nog in Iran was en een deel toen ik mij al weer op andere grondgebieden bevond (Egypte, België). Hopelijk genieten jullie ervan en als België een dezer dagen wat interessanter wordt, zal ik het overwegen om ook wat Belgische avonturen neer te pennen in de toekomst.

Groetjes uit MartheLand!

Is mijn gat niet te dik in deze rok?

Het kan toeval geweest zijn. Misschien moest hij nog wat stretchen na de was. Ik had hem tenslotte al heel lang niet meer gedragen. Of was het altijd al zo geweest? Koortsachtig zocht ik naar een herinnering die zowel deze broek als moeiteloos ademhalen inhield. Feit is dat mijn broek te strak zat. Veel te strak. Ik besloot te doen wat iedereen met een beetje liefde voor eten in dat geval zou doen: negeren die handel. Het valt echter niet te negeren dat het onvermijdelijk is om in Egypte enkele kilo’s bij te komen., of toch, als je Marthe Nelissen heet. Ten eerste was ik de eerste drie weken min of meer verplicht om elke avond op restaurant te eten, aangezien ik nog geen appartement had gevonden. Niet dat ik dat erg vond natuurlijk. Goed eten dat bovendien altijd een beetje en vaak belachelijk veel goedkoper is dan in België: perfect! Ik zal jullie niet vervelen met eindeloze beschrijvingen van alles wat ik tot nu heb gegeten, maar enkele hoogte- en dieptepunten zal ik toch voor jullie op een rijtje zetten.

Eerst en vooral is er koshari, het Egyptische nationale gerecht. Het concept is in feite, en dat verklaart vrij eenvoudig het broek-incident dat ik hierboven beschreef, dat men alle mogelijke koolhydraten in één schotel verwerkt. Rijst, pasta, linzen, kikkererwten en gebakken ajuintjes, plus rode saus en eventueel citroensap erbovenop. Verbazingwekkend genoeg is deze combinatie erg lekker. De plaatsen waar je koshari kan eten zien er meestal uit als een oude fabrieksrefter: tafels, stoelen, borden en bekers uit metaal, een ventilator die warme lucht verspreidt en een paar Egyptenaren die zich verbaasd afvragen wat die toeristen hier nu komen doen. Deze arbeiderslook kan verklaard worden door het feit dat, zo leerde Wikipedia mij, koshari ontstaan is als een manier voor de Egyptische middenklasse al hun overschotten in één gerecht te verwerken.

image
Koshari

Dan is er het falafelzaakje dat zich door een goddelijk toeval om de hoek van het instituut (mijn school dus) bevindt. Het winkeltje zelf is niet groter dan de gemiddelde nachtwinkel in België en is aan de binnenkant volledig betegeld met witte tegels, die eerder aan een badkamer doen denken dan een restaurant. De halve broodjes die je er kan krijgen zijn gevuld met falafel en groentjes, pittige auberginesalade of gewooonweg frietjes of puree. Per broodje betaal je omgerekend zo’n 20 cent. Hoewel de prijs onlangs is opgeslagen, naar 25 cent.

Ook geweldig zijn de mini-sapwinkeltjes die je in bijna elke straat kunt vinden (ook in die van ons dus). Aan de buitenkant hangen grote netten vol mango’s, granaatappels en appelsienen en binnen kan je vers sap bestellen, dat dikwijls nog voor je neus geperst wordt. Daarnaast kun je er ook suikerrietsap krijgen. Dat houdt in dat er een soort bamboestokken in een gigantische, op een wasmachine lijkende sapcentrifuge worden gestopt en eruit komen als sap, dat niet heel lekker maar ook niet heel vies is.

image
Het sapwinkeltje, dat zich, hoezee hoezee, tegenover ons huis bevindt
image
Het groente- en fruitwinkeltje dat ook in onze straat ligt en waar je voor 2 euro cent groenten en fruit voor twee dagen kan kopen

Natuurlijk is niet alles rozengeur en maneschijn. Op een keer zaten we op de bovenverdieping van een restaurantje vanwaaruit we door een glazen wand de toog beneden konden zien, waar het eten werd bereid en klaargezet. Bij toeval zag ik hoe een schaaltje humus scheef op een al overvolle plateau gezet werd. Het schaaltje kantelde en de humus begon eruit te lopen terwijl de ober nietsvermoedend de andere kant op keek en een praatje maakte met zijn collega. Terwijl ik mij zat af te vragen hoe hij dit zou oplossen, bleek dat hij daar niet zo lang over hoefde na te denken. Met zijn vinger ging hij langs het schaaltje, likte de humus eraf en herhaalde deze actie (met dezelfde vinger!) tot alle gemorste humus verdwenen was en de plateau klaar was om naar een nietsvermoedende tafel, die de onze bleek te zijn, gebracht te worden. Het ergste was nog dat de ober in kwestie dacht dat we met hem zaten te flirten, aangezien we heel de tijd naar beneden hadden zitten kijken.

Ook hou je best in gedachten dat je in Egypte nood hebt aan een extra maag, die altijd leeg moet blijven voor het geval je verplicht wordt om te eten. Dit overkwam ons niet alleen in de nacht van het Offerfeest, maar ook toen we vorige week het lang weekend doorbrachten in Alexandrië, bij een vriendin van een van onze huisgenoten. Nadat we met haar op restaurant waren geweest (voor de tweede keer die dag trouwens) zouden we nog even passeren op een familieaangelegenheid van haar. Daar werd ons prompt een volledige maaltijd aangeboden, die wij om beleefdheidsredenen uiteraard niet konden afslaan. De tafel stond volgeladen met allerlei soorten gerechten, waarvan wij allemaal dapper een paar hapjes namen. Zonde dat we net gegeten hadden want het was heerlijk.

image
De feestelijke tafel waar we onverwachts deel van werden in Alexandrië

Toen ik na die drie dagen Alexandrië echter tot de constatatie kwam dat ook de druk op de knoopjes van mijn favoriete bloemenrok significant was toegenomen, raakte ik toch echt een beetje in paniek. Hoe los je zoiets namelijk op in een land als Egypte, waar het weer belachelijk veel te warm is om meer dan noodzakelijk te bewegen en het eten te lekker om te laten staan? Enkele dagen later, toen ik de rok opnieuw paste, bleek tot mijn grote opluchting dat ik gewoon een kleine indigestie had gehad, veroorzaakt door alles wat we op de drie dagen in Alexandrië naar binnen hadden gespeeld (pasta, gegrild vlees met allerlei typische Egyptische slaatjes, het extra onverwachtse avondmaal, ontbijt met spek en eieren, noot/honingkoekjes, een kilo scampi’s en twee speciaal bereide vissen waarvan ik de naam niet weet, nogmaals spek met eieren, leverbroodjes, een specialiteit uit Alexandrië, en tot slot verscheidene hapjes uit Nutellopia, de Nutella-winkel die alle mogelijke gerechten met Nutella maakt). Althans, dat was de reden dat ik niet meer in mijn rok paste. De broek ligt ergens opgefrommeld op de bodem van mijn kast.

image
Ik was heel blij in de Nutella winkel

In afwachting van een wat langere update zijn hier enkele al dan niet interessante gegevens over mijn leven in Caïro

  • In kleine winkeltjes in Caïro kunnen ze dikwijls niet teruggeven als je niet gepast betaalt, in plaats daarvan krijg je dan als wisselgeld doodleuk een kauwgommetje, of één snoepje.
  • Tragischerwijs heeft het lot ervoor gezorgd dat ik hier niet de enige Marthe ben. Ook bij de studenten uit Gent is er een Marte, weliswaar zonder h, aanwezig. Gezien dit voor verwarring kan zorgen is er bij ‘die van Gent’ de gewoonte ontstaan om mij Marthe 2 te noemen, hetgeen ondertussen is geëvolueerd tot Martitneen, wat een samenvoeging van Marthe en itneen (Arabisch voor 2) is. Voor jullie overhaaste telefoontjes naar het NVIC beginnen plegen om pestgedrag te melden: mijn relatie met ‘die van Gent’ is verder uitstekend hoor.
  • Vanmorgen riep iemand ‘mozza’ naar mij, hetgeen voor zover mijn kennis van het Egyptische dialect reikt, banaan betekent. Echter, het zou ook een uitdrukking zijn voor ‘knapperd’. Helaas waren het veertienjarigen die het naar me riepen.
  • Mijn favoriete drankje hier in Caïro is limoensap, dat je in zowat elk café kan krijgen en waar naast limoen meestal ook een stevige portie suiker inzit. Perfect!
  •  Onlangs werd ik bijna euforisch omdat ik een paar mensen achter mijn rug hoorde discussiëren over het feit of ik al dat niet een Egyptische of een buitenlandse was. Integratie: check! Dacht ik, tot ik twee minuten later stond te stamelen dat ik ‘die dingetjes, euhh, zo die met honing zo, maar ik weet de naam niet’ graag wilde bestellen.
  • Op een avond kruiste ik twee mevrouwen op straat en ik hoorde een van hen tegen mij zeggen: jij bent [woord dat ik niet verstond]. En omdat ik 1. wilde laten zien dat ik niet zomaar een idiote toerist ben waar je alles over kunt zeggen en 2. wel eens wilde weten wat ik was draaide ik mij om en vroeg: wat ben ik? Ze glimlachte vol extatische vertedering en herhaalde haar uitspraak overdreven gearticuleerd. Toen ik nog steeds verward keek, werd haar extase zo mogelijk nog groter en zei ze: Geef mij eens een kus, wat ik wel verstond, waarna we elkaar op beide wangen kusten, ons omdraaiden en elk onze eigen weg vervolgden.
  • Morgen vertrek ik voor het verlengde weekend naar Alexandrië, een badplaats in Egypte. Ik heb uiteraard mijn badpak mee, maar het blijft de vraag of ik het zal kunnen gebruiken, want toen we enkele weken geleden onze kans op verkoeling gingen wagen in een een waterpretpark, bleek al snel dat alle vrouwen gewoon met hun kleren aan in het water zaten.