Beter laat dan nooit

Onder het motto dat u in de titel al heeft kunnen lezen kondig ik jullie bij dezen aan dat mijn schrijfsels over Iran ook eindelijk een definitieve vorm hebben aangenomen. Als je me via een of ander kanaal een berichtje stuurt met je mailadres heb je ze binnenkort in je mailbox. Verwacht alleen alsjeblieft niet dat het een half boek is geworden. Een verwachting die volledig te begrijpen valt gezien het tijdsinterval tussen mijn reis naar Iran en deze blogpost. Toch is het niet zo. Verder wil ik me ook excuseren voor de eventuele inconsistenties in tijd in het artikel: ik heb namelijk een deel geschreven toen ik nog in Iran was en een deel toen ik mij al weer op andere grondgebieden bevond (Egypte, België). Hopelijk genieten jullie ervan en als België een dezer dagen wat interessanter wordt, zal ik het overwegen om ook wat Belgische avonturen neer te pennen in de toekomst.

Groetjes uit MartheLand!

Advertenties

Is mijn gat niet te dik in deze rok?

Het kan toeval geweest zijn. Misschien moest hij nog wat stretchen na de was. Ik had hem tenslotte al heel lang niet meer gedragen. Of was het altijd al zo geweest? Koortsachtig zocht ik naar een herinnering die zowel deze broek als moeiteloos ademhalen inhield. Feit is dat mijn broek te strak zat. Veel te strak. Ik besloot te doen wat iedereen met een beetje liefde voor eten in dat geval zou doen: negeren die handel. Het valt echter niet te negeren dat het onvermijdelijk is om in Egypte enkele kilo’s bij te komen., of toch, als je Marthe Nelissen heet. Ten eerste was ik de eerste drie weken min of meer verplicht om elke avond op restaurant te eten, aangezien ik nog geen appartement had gevonden. Niet dat ik dat erg vond natuurlijk. Goed eten dat bovendien altijd een beetje en vaak belachelijk veel goedkoper is dan in België: perfect! Ik zal jullie niet vervelen met eindeloze beschrijvingen van alles wat ik tot nu heb gegeten, maar enkele hoogte- en dieptepunten zal ik toch voor jullie op een rijtje zetten.

Eerst en vooral is er koshari, het Egyptische nationale gerecht. Het concept is in feite, en dat verklaart vrij eenvoudig het broek-incident dat ik hierboven beschreef, dat men alle mogelijke koolhydraten in één schotel verwerkt. Rijst, pasta, linzen, kikkererwten en gebakken ajuintjes, plus rode saus en eventueel citroensap erbovenop. Verbazingwekkend genoeg is deze combinatie erg lekker. De plaatsen waar je koshari kan eten zien er meestal uit als een oude fabrieksrefter: tafels, stoelen, borden en bekers uit metaal, een ventilator die warme lucht verspreidt en een paar Egyptenaren die zich verbaasd afvragen wat die toeristen hier nu komen doen. Deze arbeiderslook kan verklaard worden door het feit dat, zo leerde Wikipedia mij, koshari ontstaan is als een manier voor de Egyptische middenklasse al hun overschotten in één gerecht te verwerken.

image
Koshari

Dan is er het falafelzaakje dat zich door een goddelijk toeval om de hoek van het instituut (mijn school dus) bevindt. Het winkeltje zelf is niet groter dan de gemiddelde nachtwinkel in België en is aan de binnenkant volledig betegeld met witte tegels, die eerder aan een badkamer doen denken dan een restaurant. De halve broodjes die je er kan krijgen zijn gevuld met falafel en groentjes, pittige auberginesalade of gewooonweg frietjes of puree. Per broodje betaal je omgerekend zo’n 20 cent. Hoewel de prijs onlangs is opgeslagen, naar 25 cent.

Ook geweldig zijn de mini-sapwinkeltjes die je in bijna elke straat kunt vinden (ook in die van ons dus). Aan de buitenkant hangen grote netten vol mango’s, granaatappels en appelsienen en binnen kan je vers sap bestellen, dat dikwijls nog voor je neus geperst wordt. Daarnaast kun je er ook suikerrietsap krijgen. Dat houdt in dat er een soort bamboestokken in een gigantische, op een wasmachine lijkende sapcentrifuge worden gestopt en eruit komen als sap, dat niet heel lekker maar ook niet heel vies is.

image
Het sapwinkeltje, dat zich, hoezee hoezee, tegenover ons huis bevindt
image
Het groente- en fruitwinkeltje dat ook in onze straat ligt en waar je voor 2 euro cent groenten en fruit voor twee dagen kan kopen

Natuurlijk is niet alles rozengeur en maneschijn. Op een keer zaten we op de bovenverdieping van een restaurantje vanwaaruit we door een glazen wand de toog beneden konden zien, waar het eten werd bereid en klaargezet. Bij toeval zag ik hoe een schaaltje humus scheef op een al overvolle plateau gezet werd. Het schaaltje kantelde en de humus begon eruit te lopen terwijl de ober nietsvermoedend de andere kant op keek en een praatje maakte met zijn collega. Terwijl ik mij zat af te vragen hoe hij dit zou oplossen, bleek dat hij daar niet zo lang over hoefde na te denken. Met zijn vinger ging hij langs het schaaltje, likte de humus eraf en herhaalde deze actie (met dezelfde vinger!) tot alle gemorste humus verdwenen was en de plateau klaar was om naar een nietsvermoedende tafel, die de onze bleek te zijn, gebracht te worden. Het ergste was nog dat de ober in kwestie dacht dat we met hem zaten te flirten, aangezien we heel de tijd naar beneden hadden zitten kijken.

Ook hou je best in gedachten dat je in Egypte nood hebt aan een extra maag, die altijd leeg moet blijven voor het geval je verplicht wordt om te eten. Dit overkwam ons niet alleen in de nacht van het Offerfeest, maar ook toen we vorige week het lang weekend doorbrachten in Alexandrië, bij een vriendin van een van onze huisgenoten. Nadat we met haar op restaurant waren geweest (voor de tweede keer die dag trouwens) zouden we nog even passeren op een familieaangelegenheid van haar. Daar werd ons prompt een volledige maaltijd aangeboden, die wij om beleefdheidsredenen uiteraard niet konden afslaan. De tafel stond volgeladen met allerlei soorten gerechten, waarvan wij allemaal dapper een paar hapjes namen. Zonde dat we net gegeten hadden want het was heerlijk.

image
De feestelijke tafel waar we onverwachts deel van werden in Alexandrië

Toen ik na die drie dagen Alexandrië echter tot de constatatie kwam dat ook de druk op de knoopjes van mijn favoriete bloemenrok significant was toegenomen, raakte ik toch echt een beetje in paniek. Hoe los je zoiets namelijk op in een land als Egypte, waar het weer belachelijk veel te warm is om meer dan noodzakelijk te bewegen en het eten te lekker om te laten staan? Enkele dagen later, toen ik de rok opnieuw paste, bleek tot mijn grote opluchting dat ik gewoon een kleine indigestie had gehad, veroorzaakt door alles wat we op de drie dagen in Alexandrië naar binnen hadden gespeeld (pasta, gegrild vlees met allerlei typische Egyptische slaatjes, het extra onverwachtse avondmaal, ontbijt met spek en eieren, noot/honingkoekjes, een kilo scampi’s en twee speciaal bereide vissen waarvan ik de naam niet weet, nogmaals spek met eieren, leverbroodjes, een specialiteit uit Alexandrië, en tot slot verscheidene hapjes uit Nutellopia, de Nutella-winkel die alle mogelijke gerechten met Nutella maakt). Althans, dat was de reden dat ik niet meer in mijn rok paste. De broek ligt ergens opgefrommeld op de bodem van mijn kast.

image
Ik was heel blij in de Nutella winkel

In afwachting van een wat langere update zijn hier enkele al dan niet interessante gegevens over mijn leven in Caïro

  • In kleine winkeltjes in Caïro kunnen ze dikwijls niet teruggeven als je niet gepast betaalt, in plaats daarvan krijg je dan als wisselgeld doodleuk een kauwgommetje, of één snoepje.
  • Tragischerwijs heeft het lot ervoor gezorgd dat ik hier niet de enige Marthe ben. Ook bij de studenten uit Gent is er een Marte, weliswaar zonder h, aanwezig. Gezien dit voor verwarring kan zorgen is er bij ‘die van Gent’ de gewoonte ontstaan om mij Marthe 2 te noemen, hetgeen ondertussen is geëvolueerd tot Martitneen, wat een samenvoeging van Marthe en itneen (Arabisch voor 2) is. Voor jullie overhaaste telefoontjes naar het NVIC beginnen plegen om pestgedrag te melden: mijn relatie met ‘die van Gent’ is verder uitstekend hoor.
  • Vanmorgen riep iemand ‘mozza’ naar mij, hetgeen voor zover mijn kennis van het Egyptische dialect reikt, banaan betekent. Echter, het zou ook een uitdrukking zijn voor ‘knapperd’. Helaas waren het veertienjarigen die het naar me riepen.
  • Mijn favoriete drankje hier in Caïro is limoensap, dat je in zowat elk café kan krijgen en waar naast limoen meestal ook een stevige portie suiker inzit. Perfect!
  •  Onlangs werd ik bijna euforisch omdat ik een paar mensen achter mijn rug hoorde discussiëren over het feit of ik al dat niet een Egyptische of een buitenlandse was. Integratie: check! Dacht ik, tot ik twee minuten later stond te stamelen dat ik ‘die dingetjes, euhh, zo die met honing zo, maar ik weet de naam niet’ graag wilde bestellen.
  • Op een avond kruiste ik twee mevrouwen op straat en ik hoorde een van hen tegen mij zeggen: jij bent [woord dat ik niet verstond]. En omdat ik 1. wilde laten zien dat ik niet zomaar een idiote toerist ben waar je alles over kunt zeggen en 2. wel eens wilde weten wat ik was draaide ik mij om en vroeg: wat ben ik? Ze glimlachte vol extatische vertedering en herhaalde haar uitspraak overdreven gearticuleerd. Toen ik nog steeds verward keek, werd haar extase zo mogelijk nog groter en zei ze: Geef mij eens een kus, wat ik wel verstond, waarna we elkaar op beide wangen kusten, ons omdraaiden en elk onze eigen weg vervolgden.
  • Morgen vertrek ik voor het verlengde weekend naar Alexandrië, een badplaats in Egypte. Ik heb uiteraard mijn badpak mee, maar het blijft de vraag of ik het zal kunnen gebruiken, want toen we enkele weken geleden onze kans op verkoeling gingen wagen in een een waterpretpark, bleek al snel dat alle vrouwen gewoon met hun kleren aan in het water zaten.

Feest

De avond van 6 september ging ik met de gebruikelijke kriebels van anticipatie naar bed. Voor het eerst in mijn leven was de verjaardagsstress echter ook gemengd met een gevoel van angst. Want wie zou er in deze grootstad aan denken om mij te feliciteren? Bovendien was een verjaardagsontbijt met mijn prof, de enige die samen met mij in het gastenverblijf was overgebleven niet echt een ontspannend vooruitzicht. Want wat zeg je nu op de ochtend van je eenentwintigste verjaardag tegen je erg vriendelijke, maar toch nog steeds proffige prof: “Goedemorgen meneer, ik ben vandaag jarig, u heeft toevallig geen uitgebreid ontbijt en pakjes achter die tas koffie van u verstopt?”

7 september begon echter anders. Ik kon namelijk eindelijk zonder schuldgevoel het pak openmaken dat mijn zus in mijn valies had verstopt met bijbehorend briefje: “pas openmaken op 7 september!” en dat ik met grote moeite niet de eerste dag in Iran al opengescheurd had. Toen ik in de les kwam kreeg ik daar bovendien en tot mijn verbazing ook cadeautjes en gelukswensen van mijn medestudenten, inclusief degene uit Gent, die mij toch nog maar een week kenden. Er werd voor mij gezongen in twee talen en de prof met wie ik een half uur eerder nog angstvallig contact had vermeden zong uit volle borst mee. Later gingen we naar een schattige oude bioscoop om een film met de veelbelovende titel “30 jaar geleden” te bekijken. Behalve de airco (die zo koud stond dat ieder van ons tegen te pauze zijn tenen dreigde te verliezen) stamde alles in de bioscoop uit een andere tijd – of toch, uit een andere tijd als de Kinepolis. De film zelf was erg bizar. Ik geloof dat ik één derde begreep, één derde kon afleiden dankzij het Egyptische concept “overacting” en één derde totaal niet begreep wegens onvoldoende kennis van het Arabisch of het gebrek aan talent van de regisseurs. De verhaallijn was voor zover ik begreep de volgende: negen stinkend rijke familieleden komen opnieuw samen wegens de terugkomst van een tiende familielid uit Europa. Een naïef meisje komt op een voor mij onduidelijke wijze ook bij het gezelschap terecht. Vervolgens komen alle familieleden een voor een om in tragische ongevallen. De laatst overgebleven neef ontmaskert het teruggekeerde familielid als moordenaar en trouwt met het naïeve meisje dat hem vervolgens ontmaskert als meesterbrein van de moorden, hem door middel van vergif uitschakelt en zelf in het gigantische landhuis van de familie gaat wonen. Mocht het bizarre einde van deze film mij al van mijn stuk gebracht hebben kon ik mij altijd nog troosten met alle lieve en leuke berichtjes die ik vanuit België ontving en waarvoor ik iedereen oprecht wil bedanken. Dus bij dezen: bedankt hé.

image
Gekregen van mijn klasgenootjes!
image
Bioscoop in de wijk Downtown

Niet lang na mijn verjaardag volgde het Offerfeest, of in het Arabisch: Eid al-Adha. Hoewel schapen op dit feest bitter weinig te vieren hebben, verschenen er in de dagen voor het feest overal schattig lachende exemplaren: op straat werden schapenknuffels verkocht, in winkels hingen affiches met schapen die de dag van hun leven hadden en zoetigheden met marsepeinen schaapjes op prijkten in de etalages. Voor het feest zelf was ik samen met mijn drie toekomstige huisgenoten uitgenodigd door Walid, de man die ons ook geholpen heeft met de appartementenzoektocht. We zouden de hele nacht opblijven met hem en zijn vrienden en ’s ochtends het schaap en de koe slachten die hij samen met een van zijn vrienden had gekocht voor het feest. Hoewel dit laatste deel mij geen al te fijn vooruitzicht leek wilde ik de kans om het Offerfeest van dichtbij te beleven niet laten schieten. We begonnen de avond bij vrienden/collega’s van Walid in de garage van een autodelenhandelaar. Dat klinkt zo echt zeer onguur, maar dat was het slechts een beetje. Toen we aankwamen werden stoelen en een tafeltje bovengehaald, we kregen thee voorgeschoteld en ook het spelbord voor Tawla/Backgammon (een spel dat hier vaak wordt gespeeld op café) liet niet lang op zich wachten. Daar zaten we dan: gezellig te wezen met enkele vrienden en een hele hoop quasi onbekenden ten midden van honderden opgestapelde auto-onderdelen. Als ik had gedacht dat het nachtje doordoen een eerder persoonlijke traditie van Walid en zijn vrienden was, had ik het grondig mis. Overal in de buurt zaten mensen theetjes te drinken, her en der stond een kudde schapen tussen wat houten kratten die dienst deden als omheining en op straat reden er af en toe luid toeterende auto’s voorbij of brommers met onrustwekkend jonge kinderen aan het stuur. Het werd ons snel duidelijk dat de handelaars bij wie we op bezoek waren bij de rijkste mensen uit de buurt hoorden. Regelmatig kwamen er arme mensen aan de poort van de garage die vervolgens een stuk vlees of, toen dat op was, wat geld kregen toegestopt. We kregen Koshari, een typisch Egyptisch gerecht en daarna verschillende schotels koekjes aangeboden, waaraan zelfs na uitgebreid bedanken, naar je buik wijzen en “kifaya, kifaya” (genoeg) kreunen, niet te ontkomen viel. Bovendien kregen we een tweede portie eten te verwerken toen we even later werden binnen gevraagd door een gesluierde maar zwaar opgemaakte slagersvrouw die ons met rinkelende gouden armbanden en kettingen naar de kamer achter de slagerij begeleidde en in onze dijen kneep terwijl ze uitriep dat we toch maar mager waren. Terwijl wij ons best deden om uit beleefdheid nog enkele hapjes door onze keel te krijgen, vroeg ze terloops of we getrouwd waren en onmiddellijk daarna volgde de bijna even terloopse opmerking dat haar zoon – “die daar”, nog vrijgezel was waarop de zoon in kwestie verleidelijk naar ons probeerde te lachen, voor zover dat mogelijk was met een hakmes in de ene en een lap vlees in de andere hand.

image
Tawla en thee tussen de auto-onderdelen

Het tweede deel van de nacht brachten we door in de wijk waar Walid woont. Deze wijk was de meest volkse wijk van Caïro waar ik tot nu toe ben geweest. De smalle, ongeasfalteerde straatjes gaven mij echter eerder het gevoel dat ik in een dorp terecht gekomen was. Hier dronken we nogmaals thee en ik denk dat ik niet overdrijf als ik zeg dat we rond dit punt allemaal een dipje hadden. Ikzelf hing in mijn stoel alsof ik drie marathons had gelopen. Tegen de tijd dat het donker plots verbazingwekkend snel plaats maakte voor een nieuwe dag, zagen we allemaal mensen richting het ochtendgebed wandelen, vrouwen met kleurrijke hoofddoeken, de mannen in witte gallabiyya’s (een traditioneel gewaad). Ik besloot samen met Anaya om ons verder mannelijk gezelschap even achter te laten met hun waterpijp en de mensenmassa te volgen, en dan vooral de vrouwen, die we de afgelopen nacht in feite amper gezien hadden, met uitzondering van de slagersvrouw natuurlijk.

Tussen al die Egyptenaren leken we wel een attractie. We werden constant op de foto gevraagd en één jongetje (niet ouder dan 11 jaar nota bene) ondernam nadat we een foto hadden genomen zelfs een doordachte poging om mij te kussen. Een poging die ik wegens mijn verbazing niet helemaal wist te verhinderen, maar op zijn minst slaagde ik erin om zijn kus op mijn wang terecht te laten komen. Op het plein voor de moskee kwamen we tussen honderden vrouwen terecht die zich klaarmaakten voor het gebed. Niet alleen het plein zelf maar ook de straten er rond waren gevuld met mensen die allemaal wilden weten van waar we kwamen, waarom we hier waren en of we mee zouden bidden. Een paar vrouwen waren zo vriendelijk om ons te vertellen dat we best bij het muurtje tussen het plein en de straat konden gaan staan als we het gebed wilden volgen zonder effectief mee te bidden. Zo konden we samen met de jongere kinderen en de vrouwen die ongesteld waren (en bijgevolg niet mochten bidden op dat moment) het gebed volgen. Het was prachtig om deel en toch ook geen deel van deze gebeurtenis te zijn. Al die mensen die zij aan zij knielden, handgebaren maakten waarvan ik de precieze betekenis niet ken en enkele minuten in totale rust een god aanbaden waarvan ik niet zeker ben of hij bestaat, maar wel dat hij deze mensen samenbracht en de eeuwige drukte van Caïro heel even op pauze zette. Vinden jullie dit een vreemde beschrijving? Ik eerlijk gezegd wel… Ik geloof dat je erbij moest zijn om het te begrijpen. In ieder geval verscheen de drukte even snel weer als ze verdwenen was, toen het gebed gedaan was en alle mensen weer naar hun huis wilden om een schaap te slachten en het feest verder te zetten.

image
Oproep voor het ochtendgebed
image
Ochtendgebed

Ook wij gingen naar huis, het huis van Walid waar we een stevig ontbijt (rijstschotel met lekkere rode saus, vlees en olijven) voorgeschoteld kregen, hetgeen de derde maaltijd op één nacht betekende. De rest van de dag verliep in een slaperige maar interessante waas. We sliepen een aantal uren in het huis van Walid, waarna we opnieuw door hem en zijn vrienden op sleeptouw werden genomen. Dit keer om een aantal Koptische kerken te gaan bezoeken die dichtbij lagen. Vervolgens reden we met de metro naar de garage waar de koe en het schaap geslacht zouden worden. Dit gebeurde uiteindelijk pas rond te middag, aangezien de slager een beetje overboekt was, wat niet te verwonderen is op een dag als het Offerfeest. De koe zelf was een prachtig jong beest met een zwarte vacht en schattige oren, maar omdat ik haar lot reeds kende aaide ik haar maar kort en probeerde ik uit alle macht om mij op die tien minuten niet aan het dier te hechten. Toen het zover was werd ze door zo’n vijf man neergelegd en vervolgens werd haar hoofd met één welgemikte haal van haar romp gescheiden. Deels uit loyaliteit aan mijn zus, die koeien toevallig erg toffe beesten vind, deels uit eigen afkeer keek ik toch niet helemaal toen dit gebeurde. Aangezien het zo’n groot beest was, bleef de koe nog vrij lang stuiptrekken, ook al was ze echt dood, zo werd mij verzekerd. Met haar bloed werden handafdrukken gezet op de muren en ook op de witte gallabiyya’s die de mannen aanhebben. Deze handafdrukken zijn bedoeld om zegening van god te krijgen. Het klinkt allemaal vrij luguber, maar desondanks smaakte het vlees van de koe, dat we jawel, enkele uren later opaten, zeer goed. Of dat aan de zegeningen van god, de extreme versheid van het vlees of de fantastische kookkunsten van de moeder van Walid lag weet ik niet.

image
Handafdrukken voor zegen van god aan weerszijden van de deur
image
Het kindje van de slager, te herkennen aan de witte/rode laarzen die alle slagers dragen.
image
Vierde en laatste maaltijd van de nacht/dag: rundsvlees

Eindelijk

Mijn dierbare lezers

Hier is hij dan eindelijk: mijn eerste echte blogpost. Echt? Sta mij toe om dit even uit te leggen, voor jullie beginnen denken dat ik jullie voor mijn plezier zo lang heb laten smachten naar een teken van leven. Ik heb al heel wat geschreven over Iran, maar wegens censuur en dergelijke ben ik niet van plan om dat hier te posten. Zodra mijn bescheiden memoires over Iran vervolledigd zijn, zullen de geïnteresseerden ze per email kunnen bestellen. Dit klinkt alsof ik een beroemde bestseller heb geschreven, ik weet het.

Maar dus: Egypte. Na een grootstad als Teheran was de verkeersdrukte van Caïro geen al te grote schok. Bepaalde regels heb ik ondertussen door: drievaksbanen worden vijfvaksbanen, voorrang van rechts bestaat niet en wie toetert heeft de rest gewaarschuwd en is dus niet in fout als ie ergens tegen rijdt. De regels van de taxi’s had ik echter duidelijk niet door toen ik op de luchthaven toekwam. Als het eerste het beste groentje liet ik me door een gladde man in roos hemd overhalen om van zijn taxibedrijf gebruik te maken. Voor tweehonderd Gini (zo’n 20 euro) liet ik me naar het hartje van Caïro voeren, alwaar ik vervolgens nog eens honderd Gini fooi aan de chauffeur zelf moest betalen, die mij bovendien niet op het juiste adres had afgezet, maar een paar straten verder. Daar stond ik dan op een mij onbekende plek midden in de miljoenenstad Caïro met een koffer van 30 kilo in de hand, handbagage op mijn rug en een hoofd dat zich koortsachtig probeerde te herinneren wat de Arabische woorden voor “Excuseer”, “waar” en “straat” ook weer waren. …. Gelukkig vond ik de juiste plek al snel en zo kwam ik in het gastenverblijf van het Nederlands-Vlaams Instituut in Caïro terecht, de plek waar ik de komende vier maanden zal studeren. Voor diegenen die zich hier iets groot bij voorstellen: mijn “campus” bestaat uit één huis met in de kelders leslokalen, op het gelijkvloers een bibliotheek en ontvangsthal, op het eerste verdiep bureaus en tot slot een gastenverblijf op het bovenste verdiep, alwaar ik mij nu bevind. In dit gastenverblijf mogen de studenten verblijven die nog geen appartement hebben gevonden.

Het vinden van een appartement is tot nu toe geen gemakkelijke zaak geweest. De regels zijn hier net iets rekbaarder heb ik het gevoel. Zoek je een appartement? Dan heb je verschillende opties. Je kan een makelaar bellen en daarmee op stap gaan. Maar het is niet ongebruikelijk dat deze je appartementen toont die volledig buiten je budget of hygiënische acceptatiegrens liggen. Ook afspraken om huizen te gaan bekijken kunnen plots afgezegd worden omdat blijkt dat het appartement in kwestie nog bewoond wordt door andere mensen. Een tweede optie is om de zogenaamde “bawaabs” of conciërge van een gebouw aan te spreken. Deze bawaabs zijn op de hoogte van alles wat in hun appartementsgebouw gebeurt. Zij kunnen je vertellen of er appartementen vrij zijn en hebben bovendien connecties met wat naar mijn indruk half Caïro is. Ik heb met mijn drie toekomstige huisgenoten bovendien de hulp van een local, die met een van onze huisgenoten zijn vader heeft samengewerkt in België. Onze afspraken met hem (en zijn vrienden) bestaan voornamelijk uit bezoekjes aan cafeetjes en shishabars alwaar hij druk heen en weer belt met makelaars en connecties. Op andere gelegenheden volgen we hen door de straten terwijl zij mensen aanspreken en van de ene bawaab naar de andere gevoerd worden door mensen waarvan ik niet weet of ze gewoon behulpzaam zijn of hun job uitvoeren of iets daar tussenin. Om de bevreemdende situatie voor jullie compleet te maken kan ik jullie vertellen dat ik gisteren om middernacht een appartement ben gaan bezichtigen. Ook tijd is hier een rekbaar concept.

Behalve al dat appartementen zoeken en een stapel huiswerk waarvan ik voorlopig heb beslist om hem te negeren, is elke dag hier een nieuw avontuur. Wauw, als ik dat zo neerschrijf klinkt het werkelijk belachelijk overdreven, maar zo is het echt. Natuurlijk is gewoon naar de winkel wandelen zonder op voorhand een formulier voorzien van vijf handtekeningen te moeten invullen al een puur genot na het redelijk strikte programma in Iran. Bovendien is het wandelen over straat hier in Zamalek, de wijk waar het instituut ligt erg aangenaam. Zamalek is de upperclass wijk van Caïro en buitenlanders noch vrouwen worden hier raar bekeken of lastig gevallen. Het is hier zelfs acceptabel om je ellebogen te laten zien! (iets wat in Iran min of meer gelijk stond aan het op je voorhoofd schilderen van de woorden “Wenst u seks? Wees welkom!”) Alle winkeltjes zijn schattig en leuk, iets wat er na een kleine week al voor heeft gezorgd dat ik meer spullen bezit dan toen ik hier aankwam. De mensen zijn ook heel vriendelijk, hoewel mijn gesprekken zich voorlopig beperken tot de beleefdheidsformules en als ik echt wil uitpakken: “één van” en vervolgens een wijsgebaar naar hetgeen ik hebben moet. Dit feit in beschouwing nemende is het vrij hilarisch dat ik gisteren het zevende boek van Harry Potter in het Arabisch heb gekocht, maar ach, een uitdaging meer of minder…